Zonder IPv6 geen digitale communicatie

22 maart 2011 | Standaardisatie
Nico Westpalm van Hoorn en Erwin Bleumink

Nico Westpalm van Hoorn en Erwin Bleumink

Afgelopen november plaatste het College Standaardisatie de internetstandaarden IPv4 en IPv6 gezamenlijk op de "pas toe of leg uit"-lijst. Die maatregel was nodig, omdat digitale samenwerking niet langer vanzelfsprekend is door de dreigende uitputting van IPv4-internetadressen.

Door standaarden op de 'pas toe of leg uit'-lijst te plaatsen, bevordert het College Standaardisatie de digitale samenwerking tussen overheden onderling en tussen overheden en burgers en bedrijven, legt Nico Westpalm van Hoorn, voorzitter van het Forum Standaardisatie uit. Standaarden zorgen voor betekenisvolle berichtenuitwisseling tussen partijen. Overheden zijn verplicht om de standaarden die op de lijst staan, te gebruiken. Als ze dat niet kunnen of willen doen, moeten ze uitleggen waarom.

Cruciale rol

Voor SURFnet, een organisatie die onderwijs en onderzoek in Nederland wil verbeteren met behulp van ICT, spelen standaarden een cruciale rol bij het realiseren van interoperabiliteit. Directeur Erwin Bleumink: SURFnet bevordert digitale samenwerking tussen onderzoeks- en onderwijsinstellingen in Nederland en tussen die instellingen en hun buitenlandse collega's. We maken daarbij gebruik van standaarden. SAML is bijvoorbeeld een standaard voor het uitwisselen van identiteitsgegevens. Deze standaard, die ook op de 'pas toe of leg uit'-lijst staat, is niet alleen in de onderwijssector breed inzetbaar, maar ook in andere sectoren.

En nu staan dus ook de standaarden IPv4 en IPv6 op de lijst. Bleumink: IP staat voor Internet Protocol. Het is dé basis van het internet, die communicatie tussen eindstations, zoals mobiele telefoon en laptop, mogelijk maakt. Elk eindstation heeft een IP-adres. De nieuwe versie IPv6 is nodig omdat de vier miljard IP-adressen van versie 4 vrijwel op zijn. We verwachten dat de Europese pool van vrije IPv4-adressen in de loop van 2011 op is. IPv6 heeft een veel groter, bijna oneindig adresbereik. Het is belangrijk dat overheden, bedrijven en burgers van beide standaarden IPv4 en IPv6 gebruik gaan maken. Anders bestaat het risico dat ze op den duur niet meer met elkaar kunnen communiceren.

Benaderbaar

Vooral in China is de vraag naar IP-adressen explosief gegroeid. De Chinezen worden daardoor gedwongen om snel naar IPv6 over te stappen. Als onze Nederlandse onderzoekers met hun Chinese collega's willen samenwerken, is het onhandig wanneer er twee gescheiden werelden ontstaan, die niet goed met elkaar kunnen communiceren. Dat betekent dat onze universiteiten, hogescholen, onderzoekscentra en academische ziekenhuizen ervoor moeten zorgen dat hun belangrijkste services zowel met IPv4 als met IPv6 benaderbaar zijn, aldus Bleumink.

Probleem is dat IPv4 en IPv6 niet kunnen samenwerken. Westpalm van Hoorn: In feite heb je dus twee netwerken naast elkaar. Dat is niet ideaal. Vandaar dat we beide versies als een gezamenlijke standaard op de lijst hebben gezet, om straks met alle eindstations te kunnen blijven communiceren. Dit is een tijdelijke situatie. Uiteindelijk moet alles en iedereen over op versie 6. IPv4 en IPv6 worden erkend en gebruikt. Door ze op de 'pas toe of leg uit'-lijst te plaatsen, krijgen ze een duwtje in de rug.

Task Force

Hoewel IPv6 dus op de lijst staat, betekent dat nog niet dat deze standaard breed is ingevoerd. Om praktische en politieke redenen is er vaak nog een lange weg te gaan, zegt Westpalm van Hoorn. Om het belang van de overstap naar IPv6 te benadrukken heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een Task Force benoemd. Die moet zorgen voor bewustwording over het nut en de noodzaak van IPv6, kennis uitwisselen over de toepassing ervan en afstemming bereiken over de invoering.

Bleumink onderstreept het belang van standaardisatie van het protocol: Bij het millenniumprobleem was er een duidelijke deadline, maar konden we de impact moeilijk inschatten. Nu kunnen we de impact beter inschatten, maar is er geen deadline. Veel tijd is er niet. ICT-consultant Gartner voorspelt dat in 2015 zeventien procent van de eindstations alleen op IPv6 zit. Als we niets doen, kunnen we straks niet met die zeventien procent communiceren.

Ten slotte wijzen Bleumink en Westpalm van Hoorn ook op de snelle ontwikkeling van internet. Denk aan netwerkcomputertjes en zendertjes, bijvoorbeeld in energiemeters of hartslagmeters. Of aan rekeningrijden. Daar heb je enorme aantallen IP-adressen voor nodig.

Meer weten? Op de wiki van NOiV staat allerlei nuttige informatie over IPv4/IPv6, ook over de implementatie ervan.

Dit is een artikel uit ons relatiemagazine Koppelvlak. De volledige versie is te vinden op onze website.